
Aantekenen van de hoeveelheid huid die moet worden verwijderd bij een correctie van de bovenste oogleden.

Toestand na wegname van het huidareaal op de bovenste oogleden. De oogkringspier is nu duidelijk te zien.
Het is mogelijk huid en onderliggend deel van de oogkringspier samen weg te nemen t.h.v. het bovenste ooglid.

Afzonderlijk verwijderen van een reepje oogkringspier op het bovenste ooglid na verwijdering van de boven gelegen huid.

Na verwijderen van het reepje oogkringspier ziet men het doorschijnende setum (tussenschot) waarschter het binnenste en buitenste vetcompartiment duidelijk zichtbaar is.

Na openen van het septum komt het daarachter gelegen vet tevoorschijn.
Het teveel aan vet t.h.v. het bovenste ooglid dat zich bij druk op de oogbol naar buiten wringt, wordt aangeklemd en verwijderd.

Op het resterende vet in het klemmetje worden de bloedvaatjes dichtgebrand.

In de huid zelf een voortlopende hechting van het bovenste ooglid.
Verloop van de doorlopende hechting in de huid van het bovenste ooglid.

Aantekening en begin van de incisie juist onder de wimperrij bij een correctie van “wallen” bij de onderste oogleden.

Na preparatie van huid-spierlaag t.h.v. de onderste oogleden ziet men op het septum de daar achter gelegen 3 vetcompartimenten. Het buitenste vetcompartiment werd reeds geopend.
Verwijderen van vet uit het binnenste vetcompartiment.
Dichtbranden van de bloedvaatjes op het middenste vetcompartiment.

Markering van het huidoverschot t.h.v. het onderste ooglid dat moet verwijderd worden.

Hechting van de huid met een 4tal zeer dunne draadjes (6/0). Deze worden na 4 dagen verwijderd.